Volwassenheidsmodellen

volwassenVandaag kwam op Twitter een mooi overzichtje voorbij. Op listly publiceerde Jan van Bon (ITSM Portal) een lijst van 47 (!) volwassenheidsmodellen. De eerste vraag die bij mij op kwam: zijn we niet ontzettend doorgeschoten. Jan stelde meteen de vraag: hoe volwassen zijn deze modellen en niet veel later in een tweet van Dave van Herpen (@daveherpen) of er een volwassenheidsmodel was om de volwassenheid van de modellen te meten.

Mijn oud college bij de ITSMF Researchboard Steven van der Linden schreef er jaren geleden al een column over. Het was in het “clubblad” van itSMF uit die tijd maar ik weet helaas niet meer precies wanneer. De column verhaalt over het niet meer volwassen worden van organisaties en Steven denkt daar een verklaring voor te hebben. Kort komt die er op neer dat niet de volwassenheid van een organisatie meten maar die van de cultuur van het land waar het bedrijf zijn wortels heeft. De column is hier te lezen.

Maar wat Steven ook doet en daar wil ik graag heen is terug gaan naar de moeder van alle volwassenheidsmodellen. Waarom 47 modellen als er een model is waar we alles, met een dosis gezond verstand en een dosis slim denken alles aan kunnen relateren? Eerder schreef ik over hoe verzot de ICT wereld is op modellen en pleitte ik voor een SMART Management Framework. Ik doe daar graag het SMART Maturity Model bij maar ook dat bestond al, weer niets nieuws dus.

Veel (of misschien wel bijna alle) volwassenheidsmodellen kennen een schaal van 0 (of1) tot 4 (soms 5 of 6). Nolan en Norton brachten in de jaren zeventig een groeimodel voor IT naar buiten met vier stappen en later kwamen er nog 2 bij. De stappen uit al die modellen lijken allemaal variaties op stappen uit andere modellen en beelden allemaal een bepaalde groei naar volwassenheid uit, vandaar ook: volwassenheidsmodellen.

Al lang geleden werd onderzoek gedaan naar psychologische veranderingen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren, kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie, volwassenheid tot in de ouderdom. De meeste aandacht van de onderzoekers gaat nog steeds uit naar de periode waarin de veranderingen elkaar het snelst opvolgen, die van de geboorte tot aan de vroege volwassenheid. We noemen dit ontwikkelingspychologie en tegenwoordig ook wel levenslooppsychologie. Filosofen, denk aan Plato en Socrates schreven al over opvoeding en ontwikkeling van kinderen waarbij Plato pleitte om bij kinderen al jong op zoek te gaan naar talenten om juist deze optimaal tot bloei te laten komen (Plato’s Republiek). Maar vanaf de 17de eeuw werd er serieus onderzoek gedaan naar opgroeien en ontwikkeling van kinderen. Diverse publicaties van vooraanstaande wetenschappers gingen in de 20ste eeuw steeds vaker in op de ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Piaget (1896-1980) publiceerde de ontwikkelstadia van een kind (http://www.stichtinghistos.nl/artpiaget.htm). Anderen gebruikten andere fasen of noemde ze anders.

Een veelgebruikte indeling is de volgende. Iedere fase heeft een aantal kenmerkende eigenschappen en die kunnen we uiteindelijk los laten op welk proces, welke afdeling, welke organisatie we willen.

  1. Baby

Er is totaal geen besef, alleen heel primaire reacties op wat er dicht om de “baby” heen gebeurd.

  1. Kleuter

Bij de kleuter draait het om “ik”, “de hele wereld draait om mij.”

  1. Kind

Bij het “Kind” gaat het om “ik en jullie”, “jullie zijn er voor mijn geluk.”

  1. Adolescent

Hierbij draait het “ik en wij”, “Ik begrijp dat ik de ander nodig heb om zelf gelukkig te worden.

  1. Jong volwassenen

Nu is het “wij en ik” geworden, “Ik begrijp dat ik een bijdrage moet leveren om samen gelukkig te zijn”.

  1. Volwassen

Nu draait het om “wij”. Het eigenbelang is ondergeschikt geworden aan het gezamenlijke belang. “Ik kan alleen maar gelukkig zijn als jullie dat ook zijn.”

 

Alle volwassenheidmodellen zijn in de basis terug te voeren om deze eenvoudige beschrijving.

Heeft je proces (ongeacht welk proces) de kenmerken van zelfstandig te draaien met alleen oog voor de eigen resultaten waarbij continue gezeurd wordt om input van anderen zou je kunnen zeggen dat het proces zich als een kind gedraagt (fase 2). Als er helemaal geen proces is en er wordt lukraak gereageerd op wat er op dat moment gebeurd is het een baby.

Als je organisatie tot in de eigen haarwortels snapt dat het bedrijf in een keten zit van bedrijven waarbij het succes afhankelijk is van het bedrijf wat voor jou in de keten zit en van het bedrijf dat achter jou in de keten zit dan kan je jezelf volwassen noemen.

Als gekeken wordt naar Business IT Alignment dan zien we organisaties die begrijpen dat je wederzijds moet bijdragen om allebei succesvol te zijn maar als het eigen belang volledig wordt los gelaten en Business en IT “WIJ” zijn geworden is er de organisatie pas werkelijk volwassen.

Kortom, prachtig die 47 volwassenheidmodellen maar uiteindelijk komt het maar op 1 neer die 47x voor een specifiek doel wordt uitgelegd, maar dat kan je ook zelf. Maar dat zullen veel volwassen om mij heen vast te kort door de bocht vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s